Uitgelicht

9 tips : de hoogbegaafde leerling in de klas

In de afgelopen jaren heb ik honderden meer- en hoogbegaafde leerlingen in mijn (toren)klassen begeleid en tevens tientallen leerkrachten, IB’ers en directeuren geholpen bij de begeleiding van deze groep. Speciaal voor hen mijn 9 gouden tips op een rijtje, met links naar meer uitgebreide informatie:

TIP 1: WEET OM WIE HET GAAT

Sam, die altijd zijn werk op orde heeft en behoefte heeft aan meer meer meer, ja, die herkennen we wel. Maar Lynn, die onderduikt en liever niks moeilijks doet, als de dood om fouten te maken? Of Lars, die voortdurend door de klas roept en steeds vragen blijft stellen en die je af en toe wel achter het behang kan plakken?

Gebruik bij het signaleren een goed instrument (bijvoorbeeld SiDi PO) of schakel je IB’er of een HB-specialist in. Verdiep je in de verschillende profielen (Betts en Neihart).

Meer weten? Klik hier.

TIP 2: VERZAMEL GESCHIKTE MATERIALEN

Het leuke is, daar maak je véél kinderen in je klas blij mee. Materialen die kinderen stimuleren om uitdagingen aan te gaan en ‘out of the box’ te denken leveren sowieso veel op. Kijk hier voor inspiratie: https://vcpotorenklassen.yurls.net/nl/page/1148809… (groep 1-3) https://vcpotorenklassen.yurls.net/nl/page/1177895#boxes-container (groep 4-8)

Meer weten? Klik hier.

TIP 3: ZET DE MATERIALEN GOED IN

Een kast met mooie materialen heeft NUL waarde als er niks mee gebeurt. Ga er nooit van uit dat hoogbegaafde kinderen vanzelf hiermee bezig gaan en zichzelf gaan uitdagen. Sam misschien, maar Lynn blijft er angstvallig ver vandaan en Lars zal echt begeleiding nodig hebben. Geef deze kinderen een half uurtje van je tijd per week (of regel dit met elkaar onder bijvoorbeeld de gymtijden) voor begeleiding.

Meer weten? Klik hier.

TIP 4: SCHRAP ONGEVEER DE HELFT VAN HET REGULIERE WERK

Tja, voor wat hoort wat. Het is toch echt niet eerlijk als Sam dit extra werk er ‘gewoon’ bij moet doen, naast alles wat de rest van de klas ook doet. De doodsteek voor zijn motivatie en ook echt niet nodig. Compacten en verrijken, we kennen allemaal de term, maar doe het maar eens goed. Zo moet een hoogbegaafd kind wél de tafels leren, maar hoeft het niet alle herhalingslessen te doen. Wél op kladpapier leren werken, maar niet altijd naar de gehele instructie luisteren. Een precaire balans, waar je best wat hulp bij kunt gebruiken. Gebruik bij de instructies bijvoorbeeld de ‘kracht van het duimpje‘, zodat de leerling tegelijkertijd ook actief werkt aan zelfsturing.

Meer weten? Klik hier.

TIP 5: BLIJF IN GESPREK MET DE LEERLING

Er is maar één iemand die de sleutel heeft tot het eigen leerproces en dat is de leerling zelf. En nee, het kind mag niet zijn eigen lesprogramma bepalen. Of alleen maar leuke dingen doen. Maar hij kan wel leren om zelf aan te geven wat er gecompact kan worden, of dat zij juist wat meer uitleg over iets wil, of waar hij echte uitdaging uithaalt. Een stukje ‘gezien worden’ en leren om je eigen leerproces te sturen. Besteed een deel van dat half uurtje per week ook af en toe aan een goed gesprek.

Meer weten? Klik hier.

TIP 6: BLIJF IN GESPREK MET DE PLUSKLASLEERKRACHT

Misschien zit de leerling in een plusklas. Die ochtend in de week is waardevol, maar zal pas echt van flinke waarde zijn als plusklasleerkracht en groepsleerkracht als een echt team samenwerken. Houd elkaar goed op de hoogte en laat het kind ook weten dat je samenwerkt.

Meer weten? Klik hier.

TIP 7: ZORG DAT JE BASISKENNIS HEBT OVER HOOGBEGAAFDHEID

Nee, niet iedereen hoeft alle ins en outs te weten. En ja, Rekentijger is soms heel moeilijk en daarom is het antwoordenboekje ernaast een must. Je hoeft geen HB-deskundige te zijn, maar elke leerkracht zou wel de basis moeten weten. Dat vraagt een investering, maar als het onderwijs voor deze kinderen niet op orde is, ontstaan er vaak gedragsproblemen, die of naar binnen slaan (perfectionisme, faalangst) of naar buiten (storend gedrag). Dus zoek naar scholing op jouw niveau.

Meer weten? Klik hier.

TIP 8: INVESTEER IN EXECUTIEVE FUNCTIES EN MINDSET

Omdat (hoog)begaafde leerlingen weinig tegen echte uitdagingen aanlopen, hebben zij vaak de meeste moeite met hun executieve functies en mindset. Maar het lesgeven hierover heeft nut voor alle leerlingen, dus een gezamenlijke aanpak loont enorm. Dit kan met De Groeitorens of met andere materialen die op de markt zijn. Er zijn ook regelmatig scholingen over deze onderwerpen. Meer weten over De Groeitorens? Klik hier.

Meer weten over EF en Mindset? Klik hier.

TIP 9: DENK OOK OM JEZELF!

Natuurlijk investeer je in je leerlingen, maar voorkom dat je elke week na schooltijd een half uur extra werk hebt aan Sam, Lynn of Lars. Maak een goed plan waar je jaren mee vooruit kunt, voor deze ene leerling, maar ook voor alle andere leerlingen die zullen volgen en liever nog voor de gehele school.

Meer weten? Klik hier.

Opruimen gaat niet vanzelf!

Op school ben je om te leren. Je leert wat een persoonlijk voornaamwoord is, je leert onder elkaar optellen, je leert wat de hoofdstad van Frankrijk is. Maar hoe zit het met vaardigheden? Je vak opruimen staat niet op het rooster en je krijgt er ook geen cijfer voor. Dat zou natuurlijk ook bizar zijn, toch pleit ik ervoor dat we vaardigheden als opruimen, ordenen en plannen wat meer benaderen als iets wat je nog moet leren. Nog al te vaak gaat een leerkracht er vanuit dat kinderen hun vak gewoon netjes moeten kunnen houden en dat iedereen weet waar alles ligt.

Niet voor niets is er de laatste jaren veel aandacht voor de executieve functies en weten we uit onderzoek dat goed ontwikkelde vaardigheden kinderen op school en later een grote voorsprong geven. Maar uit onderzoek blijkt ook dat het niet helpt om deze vaardigheden buiten de context van de klas te ontwikkelen. Juist het benoemen en ontwikkelen van de vaardigheden in de klas zelf helpt het kind echt vooruit. Maar hoe doe je dat?

Elke dag zijn er momenten waarop dit kan en je kunt jezelf als voorbeeld nemen. Stel dat je les wilt geven maar je digibordpen kwijt bent. Je kunt dit bagatelliseren of zeggen hoe stom dat is, maar je kunt het ook aangrijpen als leermoment. ‘Ik heb zo’n drukke dag vandaag, dan is mijn hoofd even heel vol en raak ik dingen kwijt. Hebben jullie dat ook wel eens?’ Een stukje herkenning is altijd fijn en je kunt samen met de kinderen zoeken naar oplossingen. Ook altijd fijn voor kinderen om te merken dat ook volwassenen tegen dezelfde dingen aan kunnen lopen.

Bij het opruimen van de vakken wordt er ook maar al te vaak van uitgegaan dat kinderen dit wel ‘even’ doen. Maar ook hier kan ‘modelen’ enorm helpen; ga de stappen bij langs, denk hardop en doe het voor! Dat het handig is om alles uit je vak te halen, te sorteren in stapels en daarna weer een plek te geven kan voor kinderen echt een eye-opener zijn. En trouwens voor sommige volwassenen ook…

Bij een lastige taalles geven we verlengde instructie aan de kinderen die het nog net even niet begrijpen. Bij vaardigheden is dat lang niet zo gebruikelijk, maar ook bij opruimen en plannen zijn er kinderen die echt meer tijd en hulp nodig hebben. Zorg dat je deze kinderen in beeld hebt. Zij hebben net even die extra tip nodig en soms wat meer tijd of een maatje, die hen helpt. Het is een precaire balans, maar het is net als bij andere vakken: zoek de zone van de naaste ontwikkeling!

Creëer een sfeer van voordoen, samen doen, en daarna zelf ontwikkelen, niet alleen bij rekenen en taal, maar ook bij de executieve vaardigheden. Daar profiteren de kinderen van, maar het levert ook tijd op en veel rust in jouw klas!

Vakantietips uit de torenklas

Nog een paar fikse zware heftige vermoeiende loodjes en dan… is het vakantie! Misschien ben je behalve leerkracht ook ouder en altijd op zoek naar vermaak voor in die lange zomervakantie. Want zelfs het allerliefste kind (dat is die van jou, toch?) zit niet 6 weken lang braaf in een hoekje te spelen.

Er zijn materialen die ik typisch iets vind voor op school. Waarom zou je een kind vermoeien met heel leerzame opdrachten en ingewikkelde raadsels? Behalve natuurlijk als dat voor jouw kroost juist ontspanning is. In elk geval heb ik ook wel eens wat materialen uit mijn torenklas -uitdagend, creatief of gewoon leuk- in de achterbak gegooid. Hier verzamel ik voor jou mijn favorieten.

Happy Cubes en smartgames

Laten we eens beginnen met de reis. Op die achterbank is het echt een uitdaging om het leuk te houden, dus… zorg voor een paar leuke smartgames en kubusjes. Als je slim bent zorg je dat ze in kleine afsluitbare doosjes zitten, zodat de kans op onvolledige spelletjes op de terugweg zo minimaal mogelijk is. De eenvoudigste smartgames zijn die van de IQ-serie, daar zijn er heel veel van en ze zijn in mijn torenklas altijd favoriet. De nieuwste, IQ noodles, heeft mij en mijn zoon al flink wat lol opgeleverd. (Die zoon is overigens 21 en vindt smartgames dus nog steeds vermakelijk.)

Escapegames

Er is tijd om met het gezin eindelijk weer eens veel spelletjes te doen. De talloze doosjes met escapegames zijn leuk om met elkaar op te lossen en laten de hersenen flink kraken. Je kunt ze maar één keer spelen dus op de camping maak je vrienden door ze door te geven. Of met de buren samen te doen!

Spelletjes

Andere spelletjes zijn natuurlijk ook fantastisch op de camping. Elk gezin zal zijn eigen favorieten hebben en voor ons zijn dat al jaren Yathzee en Qwixx. Maar onlangs hebben we The Mind ontdekt, een werkelijk briljant bedacht spel waarbij je elkaars gedachten probeert te lezen. Ook Ga voor 20! levert vooral heel veel lol op en dit geldt natuurlijk ook voor Beverbende, Vlotte Geesten, Wie is de dader, Kakkerlakkensalade en Color Addict, allemaal uit de torenklaskast. Spicy is ook een ontdekking, dat spelen de kinderen in de torenklas ook graag. Ze leren vooral goed liegen van dit spel en je weet maar nooit wanneer dat van pas komt!

Boeken

Behalve spannende leesboeken zijn er ook talloze creatief gemaakte boeken die jouw kind een hoop plezier kunnen bezorgen. Is je kind kunstzinnig aangelegd? Geef hem dan een creatief doeboek, zoals ‘Echte kunst maak je zo’ van Marion Deuchars. Of schaf een ‘Ik zie, ik zie…’-boek met beeldraadsels aan voor urenlang zoekplezier. Ook de Maths Quest-serie stuurt je kind met allerlei raadsels van hot naar her in het boek. Of misschien houdt je kind van moorden oplossen met puzzels: ‘Murdle’ of ‘Murdle jr.’ is dan echt een aanrader. En vergeet natuurlijk de stapel Donald Duckjes niet…

Black stories

Voor de wat oudere kinderen die wel houden van een luguber raadseltje; de BlackStories waren en zijn bij ons altijd een enorm succes. Voor jongere kinderen zijn er wat minder gruwelijke versies zoals de Green Stories. Sowieso is het leuk om op zoek te gaan naar van die raadsels die enorm lang duren om ze op te lossen (google op ‘raadsels lateraal denken’). Bij het kampvuurtje op een zwoele avond kan dit voor een avondje zorgen dat de kinderen niet meer snel zullen vergeten.

Fijne vakantie!

Geef élke leerling (dus ook ‘die’ hoogbegaafde) een goede start!

Het nieuwe schooljaar is weer gestart en dat betekent voor veel leerkrachten een nieuwe klas. Als er iets is wat elke leerkracht wil, is het dat elke leerling zich zo snel mogelijk thuis gaat voelen in de klas en zich gezien voelt. Die jongen met dyslexie, dat meisje met de lastige thuissituatie, de kinderen met een eigen leerlijn… geen gemakkelijke klus. En dan heb je ook nog een hoogbegaafde leerling in je nieuwe klas. Of redt die zich wel? Uit ervaring weet ik dat deze leerling vaak overschat wordt als het gaat om aanpassingsvermogen en zelfstandigheid (klik hier voor de meest voorkomende misverstanden over hoogbegaafde leerlingen). Daarom 3 tips om óók deze leerling een goede start te geven.

1. Beschouw de hoogbegaafde leerling als een potentiële zorgleerling

Nee, niet elke hoogbegaafde leerling is onzelfstandig, dwars of perfectionistisch, maar het is goed om te weten dat er wel risico’s zijn. Als je brein anders werkt, als je je bij alles afvraagt waarom iets moet, als je gedachten razendsnel gaan en je altijd ‘aan’ staat, is de gemiddelde lesdag voor jou best wel een uitdaging. En kun je je gaan aanpassen of juist in verzet gaan. Voorkomen is beter dan genezen!

2. Wacht niet te lang met compacten en verrijken

Natuurlijk is de eerste week een startweek waarin veel aandacht is voor groepsvorming en nieuwe regels en afspraken, maar zodra je start met de lessen, bied dan ook meteen het aangepaste programma aan aan de (hoog)begaafde leerling(en) in je klas. Maak heldere afspraken en laat deze kinderen niet zwemmen. Spreek daarom duidelijk je verwachtingen uit en check regelmatig hoe het de leerling vergaat. Wil je weten hoe je een goed aanbod organiseert? Klik hier.

3. Schakel hulp in van de ouders en de leerling zelf

Zo snel mogelijk een gesprekje met de ouders is een investering voor het hele schooljaar. Geef aan bij ouders hoe het aangepaste lesprogramma eruit gaat zien en vraag ze om suggesties voor lesmateriaal. Heeft hun kind bijzondere talenten en/of hebben ze zorgen? Zorg ook dat je in de eerste periode in gesprek gaat en blijft met de leerling om te checken hoe het gaat en om afspraken te maken of aan te passen. Houd de regie in handen, maar zie ouders en leerling als bondgenoten die jou veel waardevolle informatie kunnen geven.

En tenslotte: gun het deze leerling ook om middenin de groep te staan en zich net als de anderen waardevol en gezien te voelen. Zet daarom deze kinderen niet met hun werk apart op de gang en zorg voor voldoende prikkelende vragen en activiteiten tijdens gezamenlijke lessen. Op deze manier investeer je in een goede band met deze leerlingen en zul je hier de rest van het schooljaar profijt van hebben!

De onzichtbare schade van verveling

Even een gedachtenexperimentje… stel: op jouw werkplek komen veel nieuwe medewerkers en er wordt besloten om allemaal even een stapje terug te doen om te zorgen dat deze nieuwe mensen rustig kunnen wennen en zich de gewoontes van het werk eigen kunnen maken. Om gedoe te voorkomen wordt besloten om dit gewoon samen te doen als team, ongeacht ervaring en leeftijd.

Wat betekent dat nu voor jou? Heb je al een beeld? Misschien word je wel gedwongen om scholingen te volgen over zaken waar jij allang van af weet. En als je met een initiatief komt wordt je gevraagd om even te wachten omdat anders de anderen dit niet kunnen bijbenen. “Nee, we hebben nu even geen tijd voor jouw ideeën, misschien volgend jaar…” O ja, je moet ook weer uitgebreid al je werkzaamheden gaan bijhouden en veel verantwoording afleggen.

Heb je er al zin in? Lijkt me niet toch?

Misschien dat je heel even hebt gevoeld wat sommige hoogbegaafde leerlingen elke dag ervaren, jaar in, jaar uit. ‘Doe maar gewoon mee, dat kan geen kwaad,’ krijgen ze misschien te horen. Of: ‘Ik wil wel graag dat je de hele instructie meedoet, straks mis je wat belangrijks.’ Dus dan ga je maar mee in de dagelijkse sleur, dag in, dag uit, of… er verandert iets aan je gedrag, bewust of onbewust, om maar iets te veranderen aan deze situatie.

Autonomie, verbinding, gevoel van competentie. Het zijn de meest wezenlijke behoeftes als het gaat om school en werk volgens de zelfdeterminatietheorie (SDT). Ik weet niet hoe het met jou zit, maar deze drie behoeftes zijn voor mij persoonlijk elk jaar een checklist om zeker te weten of ik nog genoeg voldoening heb in mijn werk. En dat geldt uiteraard ook voor kinderen!

Een kind dat jarenlang meehobbelt met de rest van de klas, omdat er te weinig kennis of tijd is, dat is gevaarlijker dan het lijkt. Je ziet de schade niet. Je ziet niet hoe een kind wegzakt in verveling. Of een fixed mindset ontwikkelt. Of steeds bozer wordt, of verdrietiger. Of in de weerstand gaat.

Totdat je dit wel ziet. En dan ben je best laat, want dan zijn er soms al patronen ontwikkeld die moeilijk te doorbreken zijn. Dus: wees als school al alert als een kind als 4-jarige de school binnenkomt. En zorg voor een gedegen HB-beleidsplan. Zodat het kind ook autonomie mag ervaren, zich competent voelt en verbinding ervaart!

Creatief met robots enzo

Als ik een inloopochtend heb in mijn Torenklas, is Dash de robot altijd een grote hit bij ouders. En een filmpje of foto van de Beebot scoort gegarandeerd goed op social media. Maar ik heb in de loop der jaren wel echt moeten investeren in het goed gebruiken van de computer en de robots. Om ervoor te zorgen dat de kinderen hier echt wat van leren, kunnen ze wel wat kaders gebruiken. Ik deel graag mijn bevindingen met je!

Robots

Ik heb heel wat robots uitgeprobeerd maar maak nu eigenlijk alleen nog gebruik van Cubetto, de Beebot en Dash. Met behulp van de Cubetto laat ik de jongste kleuters kennismaken met het programmeren. Op een bordje leggen de kinderen gekleurde blokjes die fungeren als commando’s en daarna laten we de Cubetto dit uitvoeren. Voor de Beebot zijn inmiddels al heel wat speelmatten ontwikkeld om aan te sluiten bij thema’s in de onderbouw. Het is een heel gebruiksvriendelijke robot met programmeerknopjes op zijn rug. In de Torenklas maak ik vooral veel gebruik van Dash, een geweldig leuke robot met eindeloze mogelijkheden.

Dash robot

Om met Dash snel en goed te kunnen werken, heb ik zelf Nederlandstalige hulpkaarten gemaakt en een opdrachtkaart. Na enige oefening kunnen de kinderen Dash laten bewegen, geluiden laten maken, draaien, dansen, de mogelijkheden zijn eindeloos. Ik maak ook gebruik van creatieve attributen, zoals de Xylo, waar de kinderen liedjes op componeren en de Launcher, waar fantastische spelletjes mee kunnen worden bedacht, Met de Launcher kan Dash balletjes wegschieten, dus je begrijpt dat dit behalve leerzaam ook heel leuk is!

Scratch

Er zijn veel programma’s op de computer die programmeren stimuleren, maar Scratch steekt er voor mij met kop en schouders bovenuit. Dit programma heeft zoveel mogelijkheden dat het even heeft geduurd voor ik dit kon vertalen in concrete opdrachten. Ik maak nu gebruik van de handleidingen (klik op ‘Ideeën’) om kinderen bijvoorbeeld een achtervolgingsspel te laten maken, of een animatie, of een pongspel. De kinderen moeten hiervoor heel precies aanwijzingen opvolgen, maar er blijft nog genoeg ruimte over voor eigen creativiteit!

Leuk en leerzaam

In de Torenklas zijn de Groeitorens de basis van alles wat we doen. Bij het programmeren leren de kinderen vooral flink doorzetten, bijvoorbeeld als ze Dash door een doolhof van Kapla leiden of balletjes laten schieten met Launcher. Als ze werken met Scratch moeten ze vooral heel precies werken omdat één foutje meteen tot gevolg heeft dat het spelletje of de animatie niet werkt. Zelf heb ik ook al veel geleerd van Dash en Scratch, omdat ik natuurlijk alles zelf eerst even zelf uitprobeer. Dat is ook een aanrader trouwens!

De Groeitorens en spellen

‘De Groeitorens’ is een tool om de executieve functies te stimuleren in alle groepen van de basisschool. Hier vind je uitgebreide informatie over de Groeitorens. Een speelse manier om de Groeitorens te stimuleren is het spelen van spelletjes. In dit blog vertel ik per Groeitoren welke spellen geschikt zijn en waarom. Overigens is de scheiding niet zo strikt; er zit veel overlap in de executieve functies die bij meerdere spellen gestimuleerd worden.

Groeitoren SNEL STARTEN

Deze Groeitoren stimuleert het snel starten van lessen en activiteiten. Daar hoort ook het snel stoppen bij en het opruimen na de les. Daarom is het goed om kinderen spelletjes te laten doen waarbij ze snel leren reageren, maar ook weer niet te snel, om foutjes te voorkomen. Van deze spelletjes worden ze alerter en krijgen daar ook meer plezier in.

Geschikte spellen: Halli Galli, Vlotte geesten, Kakkerlakkensalade, Set, 30 seconds, Pim pam pet, Pictionary, Qwixx, Color addict, Speed Cups, Taco Cat Goat Cheese Pizza

Groeitoren GOED DOORWERKEN

Volgehouden aandacht helpt kinderen in de klas om zonder afleiding hun lessen te maken. Spelletjes waarbij je een scherpe focus nodig hebt zijn daarom erg goed om in te zetten.

Geschikte spellen: Halli Galli, Vlotte geesten, Kakkerlakkensalade, Set, 4 op een rij, Mastermind, Schaken, Dammen, Rummikub (junior), Mikado, Twister

Groeitoren GOED PLANNEN

Bij veel spelletjes moet er gepland worden en je tactiek worden bepaald. Als dit geoefend wordt bij de genoemde spelletjes is er ook meteen een consequentie als je planning niet op orde is.

Geschikte spellen: Catan (junior), Carcassonne (junior), Mens erger je niet!, Wie is het?, Vier op een rij, Doolhof, Froggit, Stratego, Scotland Yard, Schaken, Dammen

Groeitoren ONTHOUDEN EN DOEN

Bij alle spelletjes gebruik je je werkgeheugen, zoals bij het begrijpen van de spelregels om dit daarna toe te passen. En er zijn ook veel spelletjes waarbij je je werkgeheugen inzet om kort iets te onthouden.

Geschikte spellen: Beverbende, Kiekeboe, Halli Galli, Vlotte geesten, Kakkerlakkensalade, Set, Memory, Mastermind, Pim pam pet, Pictionary, 30 seconds, Schaken, Dammen, Codenames, Ga voor 20!

Groeitoren DOORZETTEN BIJ MOEILIJKE TAKEN

Deze Groeitoren benadrukt het belang van een ‘groeimindset’ en het aangaan van uitdagende en moeilijke opdrachten. Dus de keuze van de spelletjes is hiervoor cruciaal, de bekende ‘zone van de naaste ontwikkeling’ moet wel gebruikt worden!

Geschikte spellen: Escaperooms, Qwirkle, Mikado, Rummikub, Color addict, Vlotte geesten, Set, Schaken

Tips & tricks

– Alleen spelletjes doen is leuk, maar het stimuleren van executieve functies is pas zinvol als je de Groeitorens nadrukkelijk benoemt en uitlegt. Uit onderzoek is gebleken dat het trainen van de executieve functies vooral nut heeft tijdens concrete schoolse situaties. Dus: benoem wat jullie aan het doen zijn en waarom en leg verbinding met andere momenten tijdens de lessen. Laat de kinderen na het doen van de spelletjes hierover napraten, zodat ze zelf ook de verbinding leggen tussen de Groeitorens en de spelletjes.

-Leg tijdens het spelen van een smartgame of spel bij een kind vooral de nadruk op de strategieën die je het kind ziet gebruiken en laat het kind dit zelf ook benoemen. Maak eventueel een strategie-lijstje, dat het kind kan bewaren. In een reken- of taalles kan je refereren aan dit lijstje; “Weet je nog dat we het hadden over dat doorzetten en jouw stap-voor-stap-aanpak bij Anti-Virus? Zou je dat nu ook kunnen gebruiken?”

-Kies de werkvorm die bij jouw kinderen en hun leeftijd past. Wil je met alle kinderen tegelijk spelen? Maak dan groepjes en kies spellen die de kinderen al kennen en waar je meerdere exemplaren van hebt. Laat de kinderen in groepjes starten en als dit goed loopt, kun je groepje voor groepje een nieuw spel introduceren. Laat kinderen zoveel mogelijk aan elkaar het spel uitleggen en elkaar op weg helpen.

-Bepaal het doel van de spelletjes of laat kinderen zelf een doel formuleren. Geef aan waar je op gaat letten en waar jullie over gaan napraten. Dat kan ‘sportief spelen’ zijn of ‘goed samenwerken’ of ‘zorgen dat iedereen met plezier meedoet’. Als je met de kinderen een goede sfeer kunt creëren waarin winnen of verliezen niet uitmaakt, gaat dit de klas veel opleveren. En het is nog gezellig ook!

Creatief met smartgames

“Hebben wij die ook op school dan?” Het gebeurt me nogal eens dat ik ga ‘schatgraven’ in een school en achterin kastjes of op zolders de meest waanzinnige smartgames tegenkom. Ongebruikt, soms nog in plastic of met een laagje stof erop. Ik vermoed dat deze fantastisch uitziende spellen best vaak besteld worden, soms even gebruikt, maar dat er niet altijd optimaal gebruik van wordt gemaakt. En dat is jammer! Daarom deze blog met veel tips en tricks, zodat smartgames een leuk en zinvol onderdeel kunnen worden van je onderwijs.

Smartgame in het zonnetje

Kies een aantal momenten per jaar -bijvoorbeeld na een vakantie- om een smartgame uit te leggen en de kinderen uit te dagen deze te proberen. Je kunt een tafeltje in je lokaal bombarderen tot ‘smartgame-hoekje’ waar kinderen op afgesproken tijdstippen gebruik van kunnen maken. Als je merkt dat de belangstelling verdwijnt is het tijd voor een nieuwe smartgame of -als de klas vastloopt op een bepaald level- voor wat positieve aansporing van jou.

Smartgame-circuit

Zijn er flink wat nieuwe smartgames aangeschaft of start je met een nieuwe klas het schooljaar? Gebruik dan een circuit om de kinderen snel kennis te laten maken met alle smartgames. Zorg voor een handleiding bij elk spel (ik plak zelf altijd de Nederlandse spelregels in de dozen) en laat de kinderen in tweetallen langs de spellen gaan. Samen de handleiding lezen, een paar levels uitproberen en dan weer een andere smartgame kiezen. Het doel is om zoveel mogelijk smartgames te leren kennen, zodat alle kinderen deze regelmatig eens uit de kast pakken in de loop van het schooljaar.

Highscores

Om een speelse competitie te stimuleren kun je de ‘high scores’ van smartgames bijhouden op een whiteboard. Check daarvoor elk behaald level (of laat de kinderen foto’s maken als ‘bewijs’) en noteer het hoogste level met de naam van het kind op het bord. Wil een klasgenoot deze high score verslaan? Dan moet zij starten op het behaalde level en daarna nog minstens één level hoger halen. Let op: het is van het grootste belang dat je als leerkracht alert bent op mindset en kinderen die dit heel erg lastig vinden. Als dit in een goede sfeer gebeurt, is het een fantastische manier om kinderen te leren met elkaar op een leuke manier de competitie aan te gaan

Samenwerking

Er is ook een mooie samenwerking mogelijk tussen de laagste en hoogste groepen. Laat een aantal oudere kinderen samen met de jongsten een smartgame doen. Bereid dit goed met de ‘tutoren’ voor. Hun rol is die van coach, dus om de jongere kinderen te stimuleren en als ze vastlopen tips te geven. Een prachtige werkvorm en zinvol voor beide partijen.

Tot slot

Om te zorgen dat smartgames niet alleen leuk speelgoed zijn, maar ook onderdeel van je onderwijs tot slot nog een paar basisprincipes:

-Laat kinderen de smartgames gebruiken waar ze voor bedoeld zijn. Als je vanaf groep 1 kinderen al leert dat ze niet bedoeld zijn als speelgoed, voorkom je dat kinderen hier snel op uitgekeken zijn. En bovendien… voor je het weet zwerven de leuke paardjes uit Smartfarmer rond in andere hoeken.

-Gebruik de smartgames om de kinderen iets te leren over Mindset. Als een kind alleen maar bezig is met presteren en fouten maken heel lastig vindt, zal hij stoppen met een smartgame zodra het moeilijk wordt. Juist dan is het van belang dat jij als leerkracht coacht en helpt, zodat het kind door de leerkuil gaat! Lees meer in mijn blog over executieve functies en mindset.

-Trek je niet teveel aan van de leeftijdsaanduidingen op de doos. Bijna alle smartgames zijn leuk voor álle groepen. Je merkt het vanzelf als een spel echt te gemakkelijk, te kinderachtig of te moeilijk is. Smartgames worden vaak ingezet voor (hoog)begaafde leerlingen, maar zijn voor alle kinderen leuk!

Wist je trouwens dat losse onderdelen altijd bij te bestellen zijn? Ga daarvoor naar de website van Smartgames.

Ik wens jou en de kinderen veel smartgameplezier toe!

Juf, de klas is zo druk!

Op scholen waar wordt gewerkt met mijn tool De Groeitorens start men na de herfstvakantie met de groeitoren GOED DOORWERKEN, De kinderen gaan dan hun ‘volgehouden aandacht’ trainen en bedenken manieren om dit zo goed mogelijk te doen. En ze vragen zich samen met hun leerkracht af: ‘Wat veroorzaakt bij mij een mindere concentratie in de klas?’ Er is één antwoord dat door de meeste leerlingen meteen genoemd wordt: “De andere kinderen zijn zo druk!”

Ik heb dit antwoord zo vaak gehoord, dat ik weet dat dit niet altijd kan kloppen. Dan zouden alle kinderen elkáar storen, zonder dat door te hebben. En bovendien heb je er ook zo weinig aan als het gaat om eigenaarschap. Want je kunt de andere kinderen niet veranderen en er is ook niet voor elk kind een stilteplek in of buiten de klas.

De beste oplossing is om dit vraagstuk eerst maar eens aan de gehele klas voor te leggen. Wie heeft er last van geluiden of andere afleidingen in de klas? En waar heb je dan precies last van? Zijn er oplossingen te bedenken? Samen bekijken jullie met een kritische blik de inrichting van de klas. Zijn er verschillende werkplekken te creëren, elk met hun eigen afspraken?

Na dit overleg ga je met de kinderen aan de slag met inrichting en afspraken. Het uitgangspunt is: “Iedereen kan in deze klas rustig zijn/haar werk doen.” Een groepje kinderen kan aangewezen worden om deze aanpassingen op papier te zetten en uit te voeren. Zelf bedacht is een garantie voor meer motivatie!

Tegelijkertijd is het van belang om het eigenaarschap bij elk kind te stimuleren door de vraag te stellen wat je zélf kunt veranderen, los van de rest van de klas. Wat heb je nodig? Wie heb je nodig? Waar wil je graag werken en met wie? En laat ze ook kritisch naar zichzelf kijken; luister ik goed genoeg naar de uitleg, gebruik ik mijn tijd goed, heb ik mijn spullen op orde?

Hopelijk is er na deze periode geen kind meer dat klaagt over drukte in de klas, helpen de kinderen elkaar en hebben ze zelf manieren gevonden om dit probleem te tackelen!

Een uitdagende Kinderboekenweek!

Vanaf woensdag start in vrijwel elke school de Kinderboekenweek, een prachtige gelegenheid om boeken en lezen te promoten én om je eigen lessen en activiteiten te ontwerpen. Met de (hoog)begaafde leerlingen uit je klas in je achterhoofd kun je deze lessen extra uitdagend maken en het mooie is; hier bedien je niet alleen deze leerlingen mee; er zullen veel meer kinderen in je klas gestimuleerd worden om een extra stap te zetten.

Een rijke leeromgeving

Het thema ‘Bij mij thuis’ geeft meteen inspiratie voor een inspirerende aankleding met huiselijke hoekjes, tentjes, hutjes met veel kussens en sfeervolle verlichting. Tip: gebruik deze hoekjes goed door er allerlei uitdagende opdrachten aan te koppelen. Laat de kinderen bijvoorbeeld zelf onderzoek doen naar de thuisomgeving van een kind in een ander land en laat ze dit namaken in een tentje of hutje in school. Of ga een stapje verder en maak van een hoekje of het hele lokaal een ‘huis van de toekomst’ waarbij de kinderen kennis en fantasie combineren.

Denksleutels

De denksleutels zijn een goede manier om de kinderen in alle groepen aan het denken te zetten en hun creativiteit te stimuleren. Bedenk bij elke sleutel een opdracht rond het thema ‘Bij mij thuis’. Voorbeelden:

Vraag-sleutel: Het antwoord is “bij mij thuis”. Welke vraag kun je stellen?

GOK-sleutel: Stel je voor dat er een kaboutertje op een plank in jouw kledingkast komt wonen… hoe zou je dat inrichten en wat zou je daarvoor (her)gebruiken?

Hoe… sleutel: Hoe zou je huis eruit zien als er geen zwaartekracht zou bestaan?

Uitvinding-sleutel: Ontwerp een voorwerp dat het leven bij jou thuis aangenamer zou maken.

Hogere orde denken

De taxonomie van Bloom kan je ook helpen; maak je lessen nog rijker en uitdagender, met als doel om zoveel mogelijk niveaus en interesses te bedienen. Veel activiteiten die aangeboden worden laten kinderen onthouden, begrijpen en toepassen, maar als je daar een schepje bovenop wilt doen, laat de kinderen dan analyseren, evalueren en creëren! Laat bijvoorbeeld onderzoek doen naar hun favoriete boek en met elkaar kritisch de boekenkast op school bekijken. Leg in de school de lievelingsboeken van leerkrachten neer en laat de kinderen raden wiens boek het is. En laat ze natuurlijk veel zelf schrijven: recensies, gedichten, verhalen…

Het thema ‘Bij mij thuis’ inspireert ook tot hogere orde denkopdrachten. Hoe ziet het ‘thuis’ eruit bij andere kinderen op de wereld? Laat kinderen hier eerst onderzoek naar doen en laat ze dan deze kennis verwerken in een maquette, kijkdoos, infographic, bordspel of informatieboekje. Of laat ze een stopmotion-filmpje maken waarin met lego een huis of kamer wordt opgebouwd. Ajeto!

Meer activiteiten

En tot slot… wist je al dat je met je klas kunt meedoen aan een wedstrijd: ‘Ontwerp het Kinderboekenspel’? Een heel uitdagende opdracht voor de hele klas, van harte aanbevolen. Of lees hier over het maken van een boekendoos, met tips van de schrijver Jozua Douglas.

Ik wens iedereen een inspirerende Kinderboekenweek toe!

“Hij is gewoon lui…” … en meer misverstanden over hoogbegaafdheid.

In de ideale wereld wijst elke leerkracht moeiteloos de hoogbegaafde leerling in zijn klas aan, is deze leerling dolgelukkig en nooit verveeld en zijn de ouders wild enthousiast over het aanbod in de klas. De werkelijkheid is helaas toch vaak een beetje ingewikkelder. Er zijn nog steeds veel misverstanden over deze leerlingen. Ik stel je graag voor aan drie kinderen en laat je zien hoe lastig het is om hun gedrag goed te interpreteren. Herken jij ze?

“De hoogbegaafde leerling is erg zelfstandig!”

Sil heeft het gemakkelijk op school. Vanaf groep 3 lukt al het werk gemakkelijk en heeft hij genoeg tijd om alles af te maken. Zoveel tijd dat hij zonder al te grote problemen zijn tijd ook kan besteden aan een beetje kletsen, of tekenen, of regelmatig even naar de wc te gaan. Echt doorwerken doet hij nooit. En het is geen probleem dat zijn vak een bende is, want hij heeft ook altijd wel tijd om naar de benodigde materialen te zoeken. Dit heeft wel tot gevolg dat Sil helemaal niet gewend is om zichzelf aan te sturen en zijn werk te plannen. En hoe hij moet opruimen… hij heeft werkelijk geen idee. Als Sil in groep 6 zit, begint dit gedrag op te vallen. Zijn juf vindt hem een sloddervos en een dromer en maakt zich hier ongerust over. Dat hij eigenlijk veel meer kan dan hij laat zien… daar let dan niemand meer op.

“De hoogbegaafde leerling wil altijd uitdagend werk.”

Aisa is als kleuter vrolijk en gezellig. Ze geniet van het spelen en heeft veel vriendjes en vriendinnetjes. Ze krijgt vaak complimentjes van de juf en geniet daarvan! Smartgames vindt ze geweldig en dat mag ze af en toe doen. In groep 3 en 4 doet ze gewoon lekker mee en is er weinig tijd voor extra uitdaging. De leerkracht van groep 5 start met een plusgroepje en Aisa komt daar vanwege haar mooie CITO-scores ook voor in aanmerking. Maar dat pakt niet goed uit. Aisa loopt voor het eerst tegen echt moeilijke opdrachten aan en blokkeert dan volledig. Thuis heeft ze steeds vaker huilbuien en in overleg met ouders stopt de leerkracht met het pluswerk. Aisa is opgelucht en alles lijkt opgelost… Totdat Aisa een paar jaar later in de brugklas komt…

“De hoogbegaafde leerling is een snelle leerling.”

Timo is laat met praten. Als hij eindelijk zijn mond opendoet, rollen er prachtige volzinnen uit. Timo is ook later dan leeftijdsgenootjes met fietsen en zwemmen. Hij durft dit pas aan op het moment dat hij zéker weet dat hij het kan. Op school wil Timo ook alles graag perfect doen. Tekenen? Dat doet Timo liever niet, want zo mooi als in werkelijkheid wordt het nooit. Een verhaal schrijven? Als juf de blaadjes ophaalt, blijkt Timo geen letter geschreven te hebben. Nu zit Timo in groep 8 en is hij de traagste leerling van de klas. Hij denkt over elke letter na, elke som wordt drie keer gecontroleerd en een werkstuk maken is voor hem een lijdensweg. De leerkracht weet niet meer wat hij ermee aan moet, want ook al is Timo duidelijk een slimme jongen, er is écht geen tijd over om verrijkende opdrachten te doen.

Voordat deze drie leerlingen ‘lekker’ aan de slag kunnen gaan met compacten en verrijken in de klas, zullen de onderliggende oorzaken eerst bekend moeten zijn en moet hier een oplossing voor worden gezocht. Lui, ongemotiveerd, traag? Sil, Aisa en Timo verdienen een scherpere blik!